Afschrijvingen

Stel je koopt een auto. Een auto die je (deels) voor de zaak gebruikt. Op welke manier kun je die aftrekken van de belastingen?

Je moet immers een onderscheid maken tussen kosten en investeringen waarbij die laatste gepaard gaan met afschrijvingen.

Verschil tussen kosten en investeringen?

Kosten maakt iedereen bij de uitoefening van een activiteit. Sommige kosten gelden voor alle zelfstandige ondernemers. De te betalen sociale bijdragen bijvoorbeeld. Anderen zijn persoonsgebonden of eigen aan een zaak. Denk aan de huur, verplaatsingen, reclame, personeel …

Deze beroepskosten mag je rechtstreeks in mindering brengen. Hierdoor daalt jouw winst – waardoor je minder belastingen betaalt.

Investeringen daarentegen zijn bedrijfsmiddelen met een lange(re) levensduur. Ze gaan meer dan 1 jaar mee. Denk aan een gebouw, een auto, een machine, een computer … maar ook de overname van een zaak (goodwill).

In tegenstelling tot beroepskosten mag je investeringen niet rechtstreeks aftrekken van de winst.

Wie investeringen zegt, zegt afschrijvingen

Afschrijvingen zorgen ervoor dat je kosten in de tijd spreidt. Dat doe je door ieder jaar een stukje van de aanschafkosten af te trekken van jouw winst. Hoeveel dat stukje bedraagt, hangt af van de vermoedelijke gebruiksduur van het bedrijfsmiddel.

De gebruiksduur bepaalt het afschrijvingspercentage. Zo schrijven we een bedrijfsmiddel met een gebruiksduur van circa 10 jaar, af aan 10 %.

Afschrijvingspercentages

Kantoor en gebouwen: 3 %
Industriële gebouwen: 5 %
Meubilair en machines: 10 %
Rollend materieel: 20 %
Klein materiaal: 33 %

Lineaire of degressieve afschrijvingen?

Er bestaan verschillende afschrijvingsmethodes waarvan dit de 2 voornaamsten zijn.

Lineair afschrijven is de eenvoudigste manier van afschrijven. Ieder jaar wordt hetzelfde afschrijvingspercentage toegepast.

Je koopt bijvoorbeeld een auto voor 35 000 euro. Auto’s zijn rollend materieel en worden afgeschreven op 5 jaar. Dit komt overeen met een afschrijvingspercentage van 20 %. Bij lineair afschrijven, trekken we jaarlijks 7 000 euro af van de belastbare winst.

Degressief afschrijven komt minder voor. Toch kan een degressieve afschrijving interessant zijn omdat je bij degressief afschrijven, versneld afschrijft. Hierdoor kun je de eerste jaren meer kosten inbrengen dan bij lineaire afschrijvingen.

Het afschrijvingspercentage bij degressieve afschrijvingen bedraagt het dubbel van lineaire afschrijvingen. Met een maximum van 40 % van de aankoopprijs.

Het degressief afschrijven gebeurt op het saldo (de boekwaarde) van de investering en als het bedrag van de degressieve afschrijvingen kleiner wordt dan de lineaire afschrijving, moet je overschakelen naar het lineair stelsel.

Lineair of degressief afschrijven?

Je bepaalt zelf welke afschrijvingsmethode je toepast. Voor je keuze doe jij best beroep op een boekhouder of accountant op deze website.

Wat tijdens het jaar van aankoop?

Als een investeringsgoed in de loop van het jaar wordt aangekocht, mag je het volledig afschrijvingsbedrag in mindering brengen, ongeacht het tijdstip van aankoop – deze regeling geldt niet voor grote ondernemingen.

Belangrijk. Tijdens het eerste boekjaar moet je het afschrijvingsbedrag beperken in functie van het aantal maanden dat je eerste boekjaar telt. De maand waarin je start, telt voor een volledige maand.

Voorbeeld: je start op 24.04.2016 en op 30.06.2016 koop je nieuw meubilair t.w.v. 10 000 euro. Dit bedrag moet jij afschrijven over 10 jaar en dus aan 10 %. Het afschrijvingsbedrag dat je mag aftrekken bedraagt hierdoor 10 000 : 10 x 9/12 = 750 euro.

Bij een verlengd boekjaar, wordt het afschrijvingsbedrag verhoogd in functie van de duur van het boekjaar.

Wat tijdens het jaar van verkoop?

Het jaar waarin een investeringsgoed verkocht wordt, mag het niet worden afgeschreven. Dit principe zorgt wel eens voor verwarring. Sommige mensen zijn van menig dat ook in het jaar van vervreemding, een investering gedeeltelijk zou mogen worden afgeschreven.

Een vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Leuven op 9 september 2011 bepaalt dat het afschrijven van een investeringsgoed in het jaar van vervreemding wel degelijk uitgesloten is.

Wat met bijkomende kosten?

Afschrijvingen worden berekend op de aankoopprijs. Die moet je verhogen met de aankoopkosten. Bijvoorbeeld de niet-aftrekbare btw, registratiekosten, installatiekosten …

Wat met tweedehands goederen?

De in dit artikel vermelde afschrijvingspercentages zijn van toepassing op bedrijfsmiddelen in nieuwe staat. Dus niet op gebruikte goederen. Het kan zijn dat je bijvoorbeeld een tweedehands voertuig aankoopt. In dat geval kan de vermoedelijke gebruiksduur lager liggen. Hierdoor verkleint de afschrijvingsduur.

Voorbeeld: afhankelijk van de leeftijd en/of staat waarin de wagen zich bevindt, kan hij op 4 (25 %) of op 3 jaar (33 %) afgeschreven worden.

Meer weten?

Contacteer een professional op dit online platform of stel je vraag in ons Startersforum

© StartensKLAAR! - Boekhouders & accountants met een hart voor starters
Spring naar werkbalk